Historie van de kerk

Geschiedenis

Het kerkje van Overschild is vormgegeven in Waterstaatskerkstijl, hetgeen de kerk tot een waardevol historisch bezit maakt. Toch is het officieel geen Waterstaatskerk. ‘Waterstaatskerk’ is de benaming voor Nederlandse kerkgebouwen die in de periode 1824-’75 met financiële steun van de landelijke overheid werden gebouwd. Het ontwerp en de bouw van deze kerken moest goedgekeurd worden door ingenieurs van het ministerie van Waterstaat. In 2002 werd het kerkje als 50e overgedragen aan de SOGK.

De kerk van Overschild werd in 1880 in gebruik genomen en wordt gekenmerkt door een sober soort neoclassicisme. De façade is harmonieus opgezet met de drie rondboogramen en de ingang met ronde boog in dezelfde maatvoering. Boven de ramen – in grote spaarvelden – zitten driehoekige, crèmekleurig geschilderde spaarvelden. De middenrisaliet eindigt in een ‘uitkragende kroonlijst’, waarboven we een ingesnoerde vierkante spits met open vierkante opbouw met hek vinden. De hoeklisenen steken iets boven de dakrand uit en zijn piramidevormig afgemetseld, net als op de oosthoeken van het gebouw waar ze hoeklisenen bekronen, die versterkt zijn met verjongende steunberen (niet bekend of deze origineel zijn). De noord- en zuidwand zijn voorzien van versneden lisenen, gemarkeerd met een lijst. In 1926 werd de dorpskerk uitgebreid met een consistorie. Net als van de kerk zijn ook hiervan de ontwerpers onbekend.

Het interieur van de kerk te Overschild is nog helemaal origineel. Helaas detoneren de in het middenpad geplaatste kachels nogal. In 1952 werd het orgel geplaatst, gebouwd als huisorgel door Mense Ruiter in 1945 in opdracht van Piet de Roos uit Minnertsga.